O08 – Lauren Goncalves – Haaglanden Medisch Centrum

Diagnostische waarde van maximale systolische acceleratie versus duplex-echografie voor de detectie van perifeer arterieel vaatlijden.
Samenvatting:
Doelstelling: Het primaire doel van deze prospectieve studie was het valideren van de diagnostische nauwkeurigheid en reproduceerbaarheid van de maximale systolische acceleratie (ACCmax) in vergelijking met duplex-echografie bij patiënten met verdenking perifeer arterieel vaatlijden (PAV). Het bepalen van optimale afkapwaarden voor klinisch gebruik werd als secundair doel gesteld.
Methoden: Patiënten met verdenking PAV werden geïncludeerd. Bij elke patiënt werden duplex-echografie van het volledige onderste ledemaat en ACCmax-metingen op verschillende vooraf vastgestelde anatomische locaties uitgevoerd. De diagnose perifeer vaatlijden werd gedefinieerd als een stenose van meer dan 50% op basis van een combinatie van een PSV-ratio > 2; of een PSV-waarde >200cm/s en een monofasisch signaal. De ACCmax is een uit duplex afgeleide parameter die wordt gemeten tijdens de systolische fase van de arteriële flow (uitgedrukt in m/s²). Deze parameter wordt berekend op het punt van de maximale helling van de systolische stijging.
Resultaten: In totaal werden 273 patiënten (546 ledematen) geëvalueerd. Ongeveer 30% van de patiënten had diabetes mellitus. De sensitiviteit en specificiteit van de ACCmax ter hoogte van de arterie dorsalis pedis (ADP) bedroegen respectievelijk 79% en 76%. Voor de arterie tibialis posterior (ATP) waren de sensitiviteit en specificiteit 70% en 82%. De optimale afkapwaarde van ACCmax voor de diagnose PAV, gebaseerd op receiver operating characteristics (AUC) en de hoogste Youden-index, was 3,6 m/s² voor de ADP en 3,4 m/s² voor de ATP. De afkapwaarde voor de diagnose PAV bleef consistent bij patiënten met diabetes mellitus. De optimale afkapwaarde bleef tussen 3,4-3,8 m/s² bij vergelijking met computertomografie, en in de patiëntenpopulatie met diabetes mellitus.
Conclusie: De ACCmax is een betrouwbare, niet-invasieve diagnostische techniek voor het detecteren van PAV bij patiënten met een vermoeden hierop. Implementatie van deze techniek kan bijdragen aan efficiënte triage, vroegtijdige detectie, en tijdige start van secundaire preventie in zowel de eerste als tweede lijn.
- Parallel 1, Parallel 2
Vrije voordrachten
Datum: 13 apr 2026Tijd: 15:35 - 17:15